Print-vriendelijke versieStuur naar een vriendPDF versie

 

Kerkraad

De oprichting van de kerkfabrieken dateert uit de periode van de Franse Revolutie en het bewind van Napoleon. Tijdens de Franse Revolutie werden alle kerkelijke goederen onteigend en ter beschikking van de natie gesteld, met in ruil op een behoorlijke wijze te voorzien in de kosten van de eredienst, in het onderhoud van de priesters en in de ondersteuning van de armen".

Door het Concordaat dat Napoleon Bonaparte afsloot met Paus Pius VII werden de bisschoppen gelast tot instelling van de kerkfabrieken. Het onafhankelijke België nam het decreet over.

In België is het sinds het Concordaat zo dat de pastoors een bescheiden wedde ontvangen van het Ministerie van Justitie, en dat de gemeenten moeten instaan voor een woonplaats voor de pastoor en een vergaderruimte voor de kerkfabriek.

De kerkfabriek heeft als taak de eredienst mogelijk te maken. Dit betekent dat zij instaat voor het onderhoud van het kerkgebouw, het orgel, de liturgische kleding en het liturgisch vaatwerk. Ook zorgt ze voor de aankoop van hosties, miswijn, kaarsen en eventueel nieuw linnen of vaatwerk. De kerkfabriek heeft haar inkomsten uit de verkoop van kaarsen, een deel van de collecte, de misintenties, in bijzonder bij uitvaarten en huwelijken. Soms heeft een kerkfabriek gronden, die verpacht worden, of eigendommen die verhuurd worden. Meestal slaagt de kerkfabriek er niet in om een begroting in evenwicht in te dienen bij het gemeentebestuur en de provincie. Deze zijn dan verplicht om de tekorten aan te vullen.

De wetgeving rond kerkfabrieken in Vlaanderen werd met een decreet van 7 mei 2004 aangepast. Alle kerkraden zullen voortaan uit vijf leden bestaan, daar waar dit vroeger negen of vijf was, naargelang de parochie meer of minder dan 5000 inwoners telde. Daar waar vroeger de pastoor en de burgemeester van rechtswege deel uitmaakten van de kerkraad, zal voortaan enkel één persoon van rechtswege lid zijn, de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie. In de meeste gevallen zal dit de pastoor zijn, maar de bisschop kan, bijvoorbeeld als er geen residerend pastoor meer is, iemand anders aanduiden.

Het nieuwe decreet voorziet ook in een driejaarlijkse gedeeltelijke vernieuwing van de kerkraad, door middel van een herverkiezing door de kerkraad zelf. Hierbij kan iedereen die katholiek is, woonachtig is in de gemeente van de desbetreffende parochie, tussen 18 en 75 jaar oud is en zelf niet bezoldigd wordt door de kerkfabriek, zich kandidaat stellen. Deze kandidaten worden aan de parochiegemeenschap publiek gemaakt. De kerkraad kiest in hun midden een voorzitter, secretaris en penningmeester.

In de hervorming van 2004 wordt ook voorzien in de oprichting van een centraal kerkbestuur per gemeente, wanneer er vier of meer parochies zijn. Dit kerkbestuur wordt de gesprekspartner van het gemeentebestuur. Zij krijgen van de verschillende kerkfabrieken een meerjarenbegroting, waarin zij de prioriteiten bepalen. Zo zou moeten worden voorkomen dat hoogdringende projecten op de lange baan worden geschoven.

De kerkfabrieken zijn onderworpen aan het gezag van de kerkelijke overheid en aan dat van de burgerlijke overheid. Het beheer van de kerkfabriek wordt opgedragen aan de kerkraad. 

         

Deze website is eigendom van BHV (Bolderbergse Handelsvereniging) voor nieuws mail nieuws [at] bolderberg [dot] be voor al de rest bhv [at] bolderberg [dot] be